Zou een bloedtest de micro-omgeving van de tumor kunnen blootleggen? Wat nieuw onderzoek betekent voor longkanker

Een fluorescentiemicroscopische afbeelding van een dwarsdoorsnede van een tumor, waarbij kankercellen paars zijn weergegeven, immuuncellen rood en blauw, en stromacellen groen en oranje — waarmee de complexe cellulaire organisatie van de tumor-micro-omgeving wordt geïllustreerd.

Een vandaag in Nature gepubliceerd onderzoek trekt veel aandacht binnen de onderzoeksgemeenschap.

Het onderzoek richt zich op een vraag die voor mensen met longkanker van groot belang is: kunnen we meer te weten komen over het gedrag van een tumor, zonder dat we daarvoor altijd een stukje ervan hoeven weg te halen?

Wat is de tumor-micro-omgeving?

Een tumor bestaat niet alleen uit kankercellen. Rondom die cellen bevindt zich een complexe gemeenschap van immuuncellen, structurele cellen en andere biologische componenten, die met elkaar in wisselwerking staan. Samen vormen deze wat onderzoekers de tumor-micro-omgeving (TME) noemen.

De TME kan van invloed zijn op de manier waarop kanker groeit, zich verspreidt en (cruciaal) hoe deze reageert op een behandeling, waaronder immuuntherapie. Een beter begrip hiervan zou kunnen helpen voorspellen wie baat zal hebben bij bepaalde behandelingen en wie wellicht niet.

De uitdaging: om inzicht te krijgen in de TME is meestal tumorweefsel nodig

Om de TME te bestuderen, hebben onderzoekers en clinici doorgaans een biopsie nodig – een monster van tumorweefsel. Maar biopsieën hebben hun beperkingen. Het kan moeilijk of riskant zijn om ze af te nemen, met name bij longkanker. Een enkele biopsie geeft slechts een momentopname van een deel van de tumor weer en geeft mogelijk geen goed beeld van wat er in het gehele ziekteproces gebeurt. Herhaalde biopsieën tijdens de behandeling zijn vaak onpraktisch.

Dit betekent dat er een aanzienlijke kloof bestaat tussen wat we graag zouden willen weten over de TME en wat we in de klinische praktijk daadwerkelijk kunnen meten.

Wat in het nieuwe onderzoek wordt onderzocht

Het onderzoek, geleid door onderzoekers van Stanford University en op 6 mei 2026 gepubliceerd in Nature, introduceert een raamwerk voor het in kaart brengen van de TME met behulp van machine learning.

De onderzoekers hebben negen terugkerende patronen – zogenaamde ruimtelijke ecotypes – vastgesteld in de manier waarop verschillende celtypen zich in en rond tumoren organiseren. Deze patronen kwamen bij verschillende soorten kanker voor, waaronder longkanker, en hielden verband met verschillen in klinische uitkomsten en de respons op immuuntherapie.

De belangrijkste bevinding is dat er mogelijk geen tumorweefsel nodig is om deze patronen te detecteren. Met behulp van een techniek die ‘methylatieprofilering van celvrij DNA (cfDNA)’ wordt genoemd – waarbij DNA-fragmenten worden geanalyseerd die in de bloedbaan terechtkomen – hebben de onderzoekers een deep learning-tool ontwikkeld, Liquid EcoTyper, waarmee deze ruimtelijke ecotypes uit een bloedmonster kunnen worden geïdentificeerd.

In een cohort van mensen met melanoom die immuuntherapie kregen, bleek er een sterk verband te bestaan tussen de ecotype-waarden in het bloed vóór aanvang van de behandeling en de vraag of patiënten vervolgens baat hadden bij de behandeling.

Wat dit zou kunnen betekenen voor longkanker

Longkanker werd in verschillende onderdelen van de analyse meegenomen. Longadenocarcinoom en plaveiselcelcarcinoom van de long komen voor in de overlevingsanalyse, en niet-kleincellige longkanker werd meegenomen in de vergelijking van biomarkers voor immuuntherapie, waarbij sommige ruimtelijke ecotypes beter presteerden dan de mutatiebelasting van de tumor en de PD-L1-expressie bij het voorspellen van de totale overleving in datasets voor longkanker, melanoom en blaaskanker.

Het is belangrijk om duidelijk te zijn over de huidige stand van zaken wat betreft het bewijsmateriaal. Het onderdeel ‘vloeibare biopsie’ van dit onderzoek is gevalideerd in een cohort van patiënten met melanoom. Er zijn nog geen bevindingen gepubliceerd over vloeibare biopsieën die specifiek betrekking hebben op longkanker. Dit onderzoek bevindt zich nog in een vroeg stadium en is nog niet klaar voor routinematig klinisch gebruik.

Maar de richting is veelzeggend. Voor mensen met longkanker, waarbij herhaalde biopsieën vaak moeilijk zijn en waarbij tumorheterogeniteit – variatie binnen en tussen tumoren – een bekend probleem vormt, zouden minder ingrijpende manieren om de biologie van kanker te begrijpen concrete gevolgen kunnen hebben voor de personalisering van de behandeling.

Zoals de vooraanstaande cardioloog en onderzoeker Eric Topol bij de publicatie opmerkte: binnen het vakgebied is al lang bekend hoe belangrijk de micro-omgeving van de tumor is, maar er ontbrak een niet-invasieve methode om deze te beoordelen.

Waarom dit belangrijk is: toegang tot betere informatie

Bij Lung Cancer Europe zijn we ervan overtuigd dat betere informatie leidt tot betere zorg. Toegang tot biomarkeronderzoek – inzicht in de biologische kenmerken van de kanker van een individu – is een van onze belangrijkste eisen. Dit is verankerd in ons handvest en in onze kernboodschappen, omdat de toegang tot die informatie op dit moment in Europa ongelijkmatig en ongelijk is.

Dit soort onderzoek wijst op een toekomst waarin inzicht in de micro-omgeving van de tumor toegankelijker, vollediger en minder belastend zou kunnen worden voor mensen met longkanker.

Lung Cancer Europe is partner in SPACETIME, een door de EU gefinancierd onderzoeksproject dat tot doel heeft te achterhalen hoe de rangschikking van cellen binnen de tumor-micro-omgeving in de loop van de tijd verandert, en wat dat betekent voor de keuze van de behandeling.

Tijdens ons jaarlijkse congres in 2026 in Wenen hield dr. Febe van Maldegem een lezing over het belang van inzicht in de tumor-micro-omgeving.

Vorige
Vorige

Luchtvervuiling en longkanker in Europa: wat uit de huidige gegevens blijkt

Volgende
Volgende

Waarom mensen met longkanker een hoger risico lopen op ziekenhuisinfecties