Luchtvervuiling en longkanker in Europa: wat uit de huidige gegevens blijkt

Daken van een Europese stad onder een nevelige hemel, met lage bewolking en zichtbare luchtvervuiling boven de heuvels op de achtergrond

In april 2026 publiceerden de Union for International Cancer Control (UICC) en The George Institute for Global Health het rapport *Clean Air in Cancer Control: An Overview of the Evidence* – het meest uitgebreide rapport tot nu toe over wat we weten over luchtvervuiling en kanker. De bevindingen, die zijn gebaseerd op 42 systematische reviews en meta-analyses, zijn schokkend.

Voor degenen onder ons die zich inzetten voor de belangen van longkankerpatiënten, bevestigen sommige bevindingen wat de wetenschap al jarenlang aangeeft. Andere bevindingen zouden de dringende aandacht moeten trekken van beleidsmakers in heel Europa en daarbuiten.

Wat uit het rapport naar voren kwam

Omslag van een rapport van de UICC getiteld: Schone lucht in de strijd tegen kanker: een overzicht van de wetenschappelijke gegevens

Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) heeft luchtverontreiniging buitenshuis al in 2013 ingedeeld als kankerverwekkende stof van groep 1. Aan die indeling is nooit twijfel bestaan. Wat dit nieuwe rapport toevoegt, zijn de omvang en reikwijdte ervan.

Wereldwijd worden jaarlijks meer dan 434.000 gevallen van longkanker toegeschreven aan luchtvervuiling. Langdurige blootstelling aan fijnstof – PM2,5 – verhoogt het algehele risico van een persoon om kanker te krijgen met 11% en het risico om aan kanker te overlijden met 12%. En het bewijs wijst nu verder dan alleen de longen: luchtvervuiling wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op verschillende soorten kanker.

Dit zijn geen onbelangrijke bevindingen. Ze vormen een op grote schaal voorkombare last.

Het verhaal van de ongelijkheid in Europa

In Europa is de luchtkwaliteit de afgelopen decennia over het algemeen verbeterd, en dat verdient erkenning. Het aantal sterfgevallen in de EU dat aan PM2,5 kan worden toegeschreven, is tussen 2005 en 2022 met 45 % gedaald. Maar de vooruitgang is niet overal gelijk verdeeld, en de kloof wordt eerder groter dan kleiner.

De landen in Oost- en Zuidoost-Europa dragen de zwaarste gezondheidslast als gevolg van luchtvervuiling op het continent. De PM2,5-concentraties liggen in sommige delen van Oost-Europa meerdere malen hoger dan in het westen. Bosnië en Herzegovina registreerde in 2022 een mediaan PM2,5-gehalte van 32 µg/m³. Servië registreerde 23 µg/m³. Daarentegen registreerde IJsland 3 µg/m³, Finland en Zweden elk 5 µg/m³.

De herziene EU-richtlijn inzake luchtkwaliteit, die in 2024 is aangenomen, stelt voor 2030 een nieuwe grenswaarde van 10 µg/m³ vast voor PM2,5 – een norm die in een groot deel van Oost-Europa momenteel ruimschoots wordt overschreden.

Voor mensen met longkanker in deze regio’s maakt dit deel uit van een breder beeld van meervoudige achterstand: een hogere blootstelling aan vervuiling, minder toegang tot gespecialiseerde zorg, lagere percentages moleculaire tests en grotere vertragingen bij de diagnose. Ongelijkheid op het gebied van luchtkwaliteit is ongelijkheid op het gebied van kanker.

Waarom dit juist voor longkanker van belang is

Longkanker blijft de belangrijkste doodsoorzaak door kanker in Europa. Het is tevens de vorm van kanker die het meest direct en duidelijk in verband wordt gebracht met blootstelling aan luchtverontreiniging. Voor mensen die nooit hebben gerookt (een groeiend deel van degenen bij wie de diagnose is gesteld) behoort luchtverontreiniging tot de belangrijkste bekende risicofactoren.

Uit het UICC-rapport blijkt dat longkanker niet louter een ziekte is die te maken heeft met individueel gedrag. Het is ook een ziekte die verband houdt met het milieu, falend beleid en structurele ongelijkheid. Door het anders voor te stellen, wordt onrecht gedaan aan de mensen die ermee leven en aan de gemeenschappen die er het meest aan blootgesteld zijn.

Wat er moet gebeuren

De herziene EU-richtlijn inzake luchtkwaliteit biedt een wettelijk kader voor verandering. Maar wetgeving levert alleen resultaat op als deze wordt uitgevoerd, gecontroleerd en gehandhaafd – en als de gemeenschappen die hier het meest door worden getroffen, inspraak hebben in de manier waarop dat gebeurt.

Bij Lung Cancer Europe zijn we van mening dat mensen die met longkanker leven en degenen die het grootste risico lopen, betrokken moeten worden bij het debat over het beleid inzake luchtkwaliteit. De wetenschappelijke bewijzen zijn inmiddels ondubbelzinnig. Het komt nu neer op politieke wil.

Wij juichen het rapport van de UICC toe en dringen er bij beleidsmakers in heel Europa – met name in de regio’s waar de blootstelling nog steeds het hoogst is – op aan om luchtkwaliteit te beschouwen als een onderdeel van de aanpak van longkanker, en niet als een op zichzelf staand vraagstuk.

Vorige
Vorige

Waarom mensen met longkanker in Europa achterblijven bij klinische proeven

Volgende
Volgende

Zou een bloedtest de micro-omgeving van de tumor kunnen blootleggen? Wat nieuw onderzoek betekent voor longkanker