Uit nieuw onderzoek blijkt dat longkankerscreening ook andere vormen van kanker opspoort

Radioloog die röntgenfoto’s van de borstkas bekijkt in het kader van een longkankerscreeningsprogramma

Wanneer iemand een screening op longkanker ondergaat, is de radioloog op één ding uit. Maar de scan legt alles vast.

Uit een nieuw onderzoek, gepubliceerd in JAMA Network Open, is gebleken dat mensen bij wie tijdens een longkankerscreening significante onverwachte bevindingen werden vastgesteld, een aanzienlijk grotere kans hadden om binnen het daaropvolgende jaar de diagnose van een andere vorm van kanker te krijgen, in vergelijking met mensen bij wie de scan geen afwijkingen buiten de longen aan het licht bracht.

De bevindingen zijn afkomstig uit de National Lung Screening Trial, een grootschalig Amerikaans onderzoek waarbij meer dan 26.000 mensen gedurende meerdere rondes van screening met een lage dosis CT-scans werden gevolgd. De onderzoekers keken specifiek naar bevindingen die als mogelijk significant waren aangemerkt, maar geen verband hielden met longkanker, zoals ongebruikelijke massa’s in de buurt van de nieren, vergrote lymfeklieren of andere afwijkingen in de omgeving. Vervolgens hebben ze bijgehouden of bij die mensen binnen de daaropvolgende twaalf maanden een kankerdiagnose werd gesteld.

De resultaten waren duidelijk. Bij mensen bij wie een van deze afwijkende bevindingen werd vastgesteld, was de kans bijna twee keer zo groot dat er in het daaropvolgende jaar een andere vorm van kanker bij hen werd vastgesteld. De sterkste verbanden deden zich voor bij kankers van de urinewegen en bij bloedkankers zoals lymfoom en leukemie.

Dat is niet helemaal verrassend. De mensen die in aanmerking komen voor longkankerscreening – doorgaans mensen met een lange rookgeschiedenis – lopen ook een hoger risico op verschillende andere vormen van kanker. Een screeningsscan van de borstkas en het omliggende gebied kan soms ook vroege aanwijzingen daarvoor opsporen.

Wat dit onderzoek zo belangrijk maakt, is dat het harde bewijs levert voor iets wat tot nu toe grotendeels op de mening van deskundigen was gebaseerd. Het wijst erop dat wanneer bij een screeningsscan een onverwachte bevinding wordt gesignaleerd, die bevinding zorgvuldig moet worden onderzocht, en dat dit zou kunnen leiden tot een vroegere diagnose van kankers die anders mogelijk langer onopgemerkt zouden blijven.

De gevolgen voor Europa zijn reëel. Duitsland is op 1 april van dit jaar van start gegaan met zijn nationale longkankerscreeningsprogramma. Andere landen bevinden zich in verschillende stadia van de ontwikkeling of uitbreiding van hun eigen programma’s. Naarmate steeds meer mensen in heel Europa aan deze screening deelnemen, vormt de bevinding uit dit onderzoek een overtuigend argument om in deze programma’s te investeren – ze kunnen voordelen opleveren die veel verder reiken dan alleen het vroegtijdig opsporen van longkanker.

Maar het onderzoek geeft ook een duidelijke boodschap mee over wat er nu moet gebeuren. Tot nu toe waren de richtlijnen over hoe te handelen wanneer er bij een scan iets onverwachts wordt ontdekt, grotendeels gebaseerd op de mening van deskundigen in plaats van op wetenschappelijk bewijs. De onderzoekers pleiten voor duidelijkere, consistentere protocollen – zodat wanneer een scan aanleiding geeft tot bezorgdheid, er daadwerkelijk de juiste vervolgstappen worden genomen, voor elke patiënt, ongeacht waar in Europa hij of zij wordt gescreend.

Longkankerscreening is bedoeld om levens te redden door longkanker in een vroeger stadium op te sporen. Dit onderzoek wijst erop dat het wellicht nog meer doet dan dat. Een goede nazorg is niet zomaar een klinisch detail – het is de manier waarop die extra levens worden gered.

Vorige
Vorige

Waarom verspreidt longkanker zich zo vaak naar de hersenen?

Volgende
Volgende

Lung Cancer Europe verwelkomt een nieuwe lidorganisatie uit Kosovo