BMI, het darmmicrobioom en immuuntherapie: nieuw onderzoek in Nature onderzoekt de obesitasparadox

Al jaren proberen kankeronderzoekers een onverwachte waarneming te verklaren.

Obesitas gaat gepaard met een verhoogd risico op het ontwikkelen van talrijke vormen van kanker en houdt op talloze manieren verband met een slechtere gezondheid. Toch blijkt uit verschillende onderzoeken dat sommige mensen met een hogere body mass index (BMI) beter lijken te reageren op immuuncheckpointremmers dan mensen met een lagere BMI. Deze verrassende bevinding staat bekend als de obesitasparadox.

Nu wijst een grootschalig onderzoek, gepubliceerd in Nature, erop dat de BMI op zich wellicht niet de verklaring is. In plaats daarvan hebben onderzoekers ontdekt dat de wisselwerking tussen voeding en het darmmicrobioom mogelijk een veel grotere rol speelt bij het bepalen van de effectiviteit van immuuntherapie.

Het onderzoek is voornamelijk uitgevoerd in laboratorium- en diermodellen, dus het zal de huidige behandeling niet veranderen. Het biedt echter een van de sterkste verklaringen tot nu toe voor een vraagstuk dat kankeronderzoekers al jaren bezighoudt.

Wat is de obesitasparadox bij immuuntherapie?

Immuuncheckpointremmers hebben de behandeling van talrijke vormen van kanker, waaronder longkanker, ingrijpend veranderd. Ze helpen het immuunsysteem om kankercellen te herkennen en aan te vallen.

Toen onderzoekers de resultaten analyseerden van mensen die deze behandelingen ondergingen, begon zich een onverwacht patroon af te tekenen. In verschillende onderzoeken bleken mensen met een hogere BMI beter op de behandeling te reageren dan mensen met een lagere BMI.

Dat leek in tegenspraak te zijn met vrijwel alles wat we weten over obesitas en gezondheid.

Zou overgewicht op de een of andere manier de effectiviteit van immuuntherapie verbeteren? Of fungeerde de BMI gewoon als een indicator voor iets veel complexers?

Die vraag is nog steeds onbeantwoord gebleven.

Waarom zou de BMI de respons op immuuntherapie mogelijk niet verklaren?

De BMI is een handige manier om in te schatten of iemands gewicht binnen een gezond bereik valt, maar er zijn belangrijke beperkingen aan verbonden.

Het zegt niets over de lichaamssamenstelling, de stofwisseling, het voedingspatroon of de triljoenen bacteriën die van nature in het spijsverteringsstelsel leven en gezamenlijk het darmmicrobioom worden genoemd.

In het afgelopen decennium zijn onderzoekers zich er steeds meer van bewust geworden dat deze microben een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van het immuunsysteem. Uit verschillende onderzoeken is al gebleken dat verschillen in het darmmicrobioom van invloed kunnen zijn op de effectiviteit van immuuntherapie.

Dit nieuwe onderzoek had tot doel na te gaan of de obesitasparadox wellicht daadwerkelijk verklaard kan worden door het verband tussen voeding, darmbacteriën en het immuunsysteem, in plaats van alleen door het lichaamsgewicht.

Hoe hebben onderzoekers de obesitasparadox onderzocht?

Onderzoekers ontwikkelden twaalf verschillende voedingsmodellen bij muizen met longtumoren, voordat ze deze dieren behandelden met anti-PD-1-immunotherapie. Elk dieet leidde tot verschillende metabolische veranderingen en verschillende profielen van het darmmicrobioom.

In plaats van alleen maar te vragen of obesitas van invloed was op de behandeling, onderzochten ze hoe het voedingspatroon het immuunsysteem, het darmmicrobioom en de reactie op immuuntherapie beïnvloedde.

Hierdoor konden ze de effecten van het lichaamsgewicht onderscheiden van de biologische veranderingen die zich in het lichaam afspeelden.

Wat bleek uit het onderzoek in Nature?

Uit de resultaten bleek dat de BMI op zichzelf niet kon verklaren waarom sommige dieren beter reageerden dan andere.

Sommige voedingspatronen die tot obesitas leidden, leidden tot een sterke respons op immuuntherapie, terwijl andere dat niet deden. Tegelijkertijd reageerde niet elke groep met een normaal gewicht slecht.

In plaats daarvan bleek er een sterkste verband te bestaan tussen voeding, het darmmicrobioom en de respons op de behandeling.

Met andere woorden: het lichaamsgewicht bleek een veel minder betrouwbare voorspeller te zijn dan de biologische veranderingen die gepaard gaan met verschillende voedingspatronen.

Hoe zou het darmmicrobioom de immuuntherapie kunnen beïnvloeden?

De onderzoekers constateerden duidelijke verschillen in de darmbacteriën van dieren die goed op immuuntherapie reageerden, in vergelijking met dieren die dat niet deden.

Eén bacterie, Lactobacillus johnsonii, sprong er telkens weer uit.

Belangrijk is dat de onderzoekers ontdekten dat de sterkste effecten optraden wanneer deze bacterie in combinatie met een ondersteunend dieet werd toegediend. Dit wijst erop dat niet zozeer één enkele „gunstige” bacterie, maar veeleer de wisselwerking tussen het dieet en het darmmicrobioom van invloed was op de reactie op de behandeling.

Het team heeft ook bacteriële metabolieten geïdentificeerd die mogelijk kunnen helpen verklaren hoe darmmicroben immuuncellen beïnvloeden, wat nieuw inzicht biedt in de betrokken biologische mechanismen.

Wat gebeurde er toen de onderzoekers het dieet aanpasten?

Het meest opvallende resultaat kwam wellicht naar voren toen de onderzoekers tijdens het onderzoek het dieet van de muizen aanpasten.

Het darmmicrobioom veranderde snel, en deze veranderingen beïnvloedden de reacties op immuuntherapie nog voordat er ingrijpende veranderingen in het lichaamsgewicht optraden.

Dit versterkt het idee dat het darmmicrobioom zelf wellicht een directere rol speelt bij het bepalen van de respons op immuuntherapie dan de BMI alleen.

De onderzoekers brachten ook darmmicroben van mensen over naar muizen. Ook hier wezen de bevindingen erop dat voeding deze microbiële gemeenschappen zou kunnen veranderen en van invloed zou kunnen zijn op de effectiviteit van immuuntherapie.

Wat betekent dit voor mensen met longkanker?

Hoewel de bevindingen veelbelovend zijn, moeten ze met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.

Dit onderzoek betekent niet dat mensen moeten aankomen voordat ze met immuuntherapie beginnen.

Hieruit blijkt niet dat een aanpassing van het voedingspatroon de behandelingsresultaten zal verbeteren.

Er zijn geen aanwijzingen dat het innemen van probiotica de effectiviteit van immuuntherapie verhoogt.

In plaats daarvan biedt het onderzoekers een veel beter inzicht in waarom immuuntherapie bij de ene persoon anders kan werken dan bij de andere.

Inzicht in deze mechanismen zou uiteindelijk kunnen leiden tot nieuwe manieren om de behandeling te verbeteren, hetzij via voedingsaanpakken, hetzij via op het microbioom gebaseerde therapieën, hetzij via geneesmiddelen die op dezelfde biologische routes zijn gericht. Er is echter nog veel meer onderzoek bij mensen nodig voordat een van deze benaderingen onderdeel kan worden van de reguliere kankerzorg.

Wat blijkt niet uit dit onderzoek?

  • Dat betekent niet dat obesitas de uitkomsten bij kanker verbetert.

  • Dat betekent niet dat mensen moeten aankomen.

  • Hieruit blijkt niet dat een aanpassing van het voedingspatroon de effectiviteit van immuuntherapie zal verbeteren.

  • Er wordt afgeraden om vóór de behandeling probiotica in te nemen.

Wat is de volgende stap in het onderzoek naar het microbioom?

Het darmmicrobioom is uitgegroeid tot een van de meest boeiende onderzoeksgebieden op het gebied van kankeronderzoek, en deze studie voegt een belangrijk nieuw stukje toe aan de puzzel.

De bevindingen suggereren niet dat obesitas gunstig is, maar wijzen juist op een veel complexere wisselwerking tussen voeding, darmbacteriën en het immuunsysteem.

Voor mensen met longkanker zal dit onderzoek op dit moment geen verandering brengen in de behandeling. Maar doordat het helpt de al lang bestaande ‘obesitasparadox’ te verklaren, brengt het wetenschappers een stap dichter bij het inzicht waarom immuuntherapie bij sommige mensen zo goed werkt en hoe in de toekomst meer mensen baat zouden kunnen hebben bij deze levensverlengende behandelingen.

Bronnen

Primair onderzoek

Achtergrond

Aanvullende literatuur

Bronnen

Primair onderzoek
Desharnais L, Swaby A, e.a. De synergie tussen voeding en het microbioom ligt ten grondslag aan de werkzaamheid van immuuntherapie bij obesitas. Nature. 2026.
Achtergrond
National Cancer Institute – Immuuncheckpointremmers
Cancer Research UK – Immuuntherapie
World Cancer Research Fund International – Lichaamsvet en kanker

Meer informatie
Lung Cancer Europe – Het microbioom en longkanker: hoe darmbacteriën de behandeling zouden kunnen veranderen
Lung Cancer Europe – CAR-T-cellen en longkanker
Lung Cancer Europe – Het testen op biomarkers bij longkanker gaat sneller dan ooit: houdt Europa gelijke tred?
Vorige
Vorige

De volgende langetermijnbegroting van Europa: nieuwe briefing belicht belangrijke kwesties op het gebied van longkanker

Volgende
Volgende

TROP2 en longkanker: wat we tot nu toe weten