Nieuw kader voor gelijke toegang tot longzorg omvat longkanker en COPD

In een nieuw rapport wordt een kader geschetst om landen te helpen ongelijkheden op het gebied van longkanker en chronische obstructieve longziekte (COPD) in kaart te brengen en aan te pakken.

In het document ‘Ongelijkheden bij COPD en longkanker aanpakken: een actiekader’ wordt het volledige traject belicht. Dit omvat risicofactoren, preventie, diagnose, behandeling en uitkomsten.

Het rapport is opgesteld door LCP Health, het gespecialiseerde gezondheidsteam binnen Lane Clark & Peacock. Hun werkzaamheden omvatten onder meer gezondheidseconomie, beleid en gegevensanalyse.

AstraZeneca heeft het project opgezet en gefinancierd. Deskundigen van LSE Health, onderdeel van de London School of Economics and Political Science, hebben een aanvullend onderzoek naar de bewijslage uitgevoerd.

Wat is het kader voor gelijkheid op het gebied van longgezondheid?

Het ‘Lung Health Equity Framework’ is een reeks maatregelen die landen en gezondheidszorgstelsels kunnen inzetten om ongelijkheden in de zorg voor longkanker en COPD in kaart te brengen.

Het omvat zes gebieden:

  • factoren die van invloed zijn op de gezondheid van de longen, zoals tabak, luchtvervuiling, woon- en arbeidsomstandigheden;

  • preventie;

  • incidentie en prevalentie;

  • opsporing en diagnose;

  • behandeling en begeleiding; en

  • resultaten.

De onderzoekers hebben 5.124 studies gescreend en 399 daarvan in hun overzicht opgenomen. Het bewijsmateriaal over longkanker had betrekking op 32 landen. Het bewijsmateriaal over COPD had betrekking op 54 landen.

Het kader is bedoeld voor gebruik op nationaal en regionaal niveau. Landen kunnen het aanpassen aan hun gezondheidszorgstelsels, de beschikbare gegevens en de lokale bevolking.

Op welke gebieden hebben ongelijkheden invloed op de zorg voor longkankerpatiënten?

Uit het rapport blijkt dat er op verschillende momenten in het zorgtraject van een persoon ongelijkheden kunnen ontstaan.

Mensen met een lager inkomen, mensen die op het platteland wonen en sommige etnische minderheidsgroepen kunnen herhaaldelijk met belemmeringen te maken krijgen. Deze belemmeringen kunnen zich in de loop van de tijd opstapelen en leiden tot een latere diagnose, beperkte toegang tot behandeling en slechtere resultaten.

Wat longkanker betreft, omvat het kader maatregelen op het gebied van:

  • toegang tot screening;

  • stadium en verloop van de diagnose;

  • tijd tot de diagnose;

  • biomarkeronderzoek;

  • de tijd tussen de diagnose en de behandeling;

  • toegang tot chirurgie en bestraling;

  • toegang tot behandelingen die in klinische richtlijnen worden aanbevolen;

  • het ondergaan van een behandeling die is afgestemd op de biomarker;

  • toegang tot multidisciplinaire teams; en

  • overleving en door patiënten gerapporteerde uitkomsten.

Het rapport gaat ook in op patiëntenbegeleiding, vroegtijdige palliatieve zorg, nazorg na de behandeling en toegang tot klinische proeven.

Een dienst kan weliswaar beschikbaar zijn, maar niet voor iedereen die er behoefte aan heeft toegankelijk zijn. In het rapport wordt daarom aanbevolen om na te gaan wie elke dienst gebruikt en wie er baat bij heeft.

Betere gegevens kunnen verborgen ongelijkheden aan het licht brengen

Nationale cijfers kunnen grote verschillen tussen groepen verhullen.

In het rapport wordt aanbevolen om gegevens te analyseren op basis van factoren zoals inkomen, geslacht, etnische afkomst en woonplaats. Hieruit kan blijken of bepaalde groepen minder geneigd zijn om deel te nemen aan screening, biomarkeronderzoek te ondergaan, tijdig met een behandeling te beginnen of de zorg te ontvangen die in klinische richtlijnen wordt aanbevolen.

Het kader legt ook verbanden tussen verschillende onderdelen van het traject. Dit kan helpen bij het identificeren van gemeenschappen waar een grotere blootstelling aan risico’s samengaat met een latere diagnose, minder toegang tot behandeling en slechtere uitkomsten.

Hoe kunnen landen het kader voor gelijkheid op het gebied van longgezondheid toepassen?

In het rapport worden vier stappen voorgesteld:

  1. Breng de omvang van longkanker en COPD en de belangrijkste risicofactoren in kaart.

  2. Gebruik gedetailleerde gegevens om bevolkingsgroepen te identificeren die met belemmeringen te maken hebben.

  3. Zoek uit op welke punten in het traject ongelijkheden optreden.

  4. Richt de dienstverlening en financiering op deze tekortkomingen en ga vervolgens na of deze hierdoor afnemen.

Volgens het rapport moeten landen duidelijke doelstellingen vaststellen op het gebied van gelijkheid in de longgezondheid. De genoemde organisaties moeten verantwoordelijk zijn voor de verwezenlijking daarvan en voor het rapporteren over de voortgang.

Daarnaast is er ook behoefte aan maatregelen buiten de gezondheidszorg. Huisvesting, werkgelegenheid, onderwijs, vervoer en het milieu kunnen allemaal van invloed zijn op de gezondheid van de longen en de toegang tot zorg.

Welke longkankerprogramma’s zijn hierin opgenomen?

Het rapport bevat voorbeelden van programma's die tot doel hebben ongelijkheden te verminderen.

Het Engelse screeningsprogramma voor longkanker maakt gebruik van gerichte uitnodigingen, betrokkenheid van de gemeenschap en mobiele scanners om mensen in achterstandsgebieden te bereiken.

Het nationale programma van Australië is ontwikkeld in samenwerking met de Aboriginal- en Torres Strait Islander-gemeenschappen. Het omvat door de gemeenschap geleide ondersteuning en mobiele screening voor mensen in landelijke en afgelegen gebieden.

Het Europese EPROPA-programma biedt uitgebreide genomische tests aan voor mensen met gevorderde niet-kleincellige longkanker. Het kan in aanmerking komende personen ook in contact brengen met gerichte behandelingen en klinische onderzoeken.

Deze voorbeelden laten zien hoe diensten kunnen worden ontworpen met het oog op de belemmeringen waarmee verschillende bevolkingsgroepen te maken hebben.

Hoe heeft Lung Cancer Europe hieraan bijgedragen?

Debra Montague, voorzitter van Lung Cancer Europe, was lid van de internationale stuurgroep.

De commissie bestond uit clinici, patiëntenvertegenwoordigers, gezondheidseconomen en deskundigen op het gebied van gezondheidsbeleid. De leden hebben geholpen bij het vaststellen en rangschikken van de maatregelen die in het kader zijn opgenomen. Daarnaast hebben zij het wetenschappelijk bewijs geëvalueerd en advies gegeven over belemmeringen waarmee verschillende bevolkingsgroepen te maken hebben.

Lung Cancer Europe heeft aanvullende opmerkingen over het ontwerpverslag ingediend. Dit heeft bijgedragen aan een verdieping van de behandeling van onderwerpen als longkankerscreening, biomarkeronderzoek, precisiegeneeskunde en behandeling.

AstraZeneca heeft de maatstaven niet geselecteerd of gerangschikt, noch het bewijsmateriaal geïnterpreteerd. De uiteindelijke redactionele controle bleef bij de auteurs van het rapport.

Lees het rapport van het Lung Health Equity Project

Het rapport vormt de eerste fase van het Lung Health Equity Project. In latere fasen zal aan de hand van nationale en regionale gegevens worden aangetoond waar risicofactoren en tekortkomingen in de zorg samen voorkomen.

Lees ‘Het aanpakken van ongelijkheden bij COPD en longkanker: een actiekader’

Volgende
Volgende

Lung Cancer Europe op het WCLC 2026 in Seoel